Zweden is het op vier na grootste land van Europa met een lengte van 1572 km van noord naar zuid en een grootste breedte van ca. 500 km. Met het oog op de grote afstand in noord-zuidelijke richting variëren de natuurlijke omstandigheden en zodoende ook de verschillende soorten viswater en de daarin voorkomende vissoorten.

 

Zuid-Zweden bestaat voor het grootste gedeelte uit landbouwgrond.
Uiteraard vinden we hier ook veel bosgebieden, vooral in de hooggelegen provincie Småland. Hier vinden veel waterlopen in Zuid-Zweden hun oorsprong.

-”Met Europese ogen gezien, is dit gedeelte van het land iets dichter bevolkt dan de rest van Zweden", zegt Sven.

De op één na en twee na grootste steden van Zweden, Goteburg en Malmö liggen aan de kust, maar internationaal gezien zijn dit natuurlijke kleine steden en ze zijn vann weinig invloed op de omgeving.

 


   Aan de westkust is de makreel de meest voorkomende vis tijdens de zomer en de vroege herfst en
   lokt veel vissers de zee op.
 

Meren

Net als in de rest van Zweden liggen ook hier veel meren van verschillende grootte met goede visbestanden. In de landbouwprovincies hebben deze meren vaak voedingsrijk water met veel riet en andere begroeiing langs de stranden. In dergelijke voedingsrijke en productieve meren is de zichtdiepte meestal gering.
Anna vertelt -"Hier vindt je vaak goede bestanden met witvis en karper en zodoende goede voorwaarden voor roofvissen zoals snoek, baars en snoekbaars."

De meer hooggelegen meren in de bosstreken hebben een ander uiterlijk en karakter. Ze zijn meestal vrij helder, maar kunnen een bepaalde humuskleur krijgen dankzij het water van rondom gelegen veengronden. Deze meren zijn omgeven door naaldwouden die vaak tot aan de strandkant doorgroeien.
Anna vervolgt -”De rondom gelegen natuur is over het algemeen meer heuvelachtig, waardoor vaak schitterende natuurlandschappen tevoorschijn worden getoverd. Net als in de rest van Zweden bieden de bosgebieden, mede dankzij het z.g. Zweedse allemansrecht, fantastische voorwaarden voor trektochten, het plukken van paddenstoelen en bessen en andere natuurbelevenissen.

 

   De zeeforel die tegenwoordig normaal voorkomt langs de hele Zweedse kuststrook kan zowel vanaf
   land als vanuit de boot worden gevangen en dan vooral tijdens voorjaar en herfst wanneer het water
   naar verhouding koel is.

 

Stromend water

-”Stromend water met forel en andere zalmachtigen komen hier niet zo vaak voor als in het noorden van Zweden” vertelt Sven ”maar hier kunnen toch een aantal bekende rivieren worden genoemd zoals de Ätran, Mörrumsån en Emån. Het gaat hier om iets langere rivieren met goede bestanden zalm en zeeforel."
Ook meer landinwaarts zijn er een aantal riviertjes met stromend water waar forel kan worden gevangen. Sommige beken hebben ook bestanden van uitgezette regenboogforel en in sommige stukken ook zalmforel.

 

Kust

De kuststrook van Zuid-Zweden is heel lang en loopt vanaf de Noorse grens helemaal rondom de zuidpunt en weer omhoog langs de oostkust. Langs deze strook zien we een enorme variatie qua natuur en vissoorten. De westkust aan de Noordzee heeft een hoog zoutgehalte en vooral in de noordelijke delen een vrij schrale natuur met kale granietrotsen. Hier vinden we vissoorten zoals kabeljauw, koolvis, pollak, geep en makreel, maar ook tijdens sommige periodes van het jaar zeeforel. Verder naar het zuiden richting Sont verandert de natuur geleidelijk aan en ook het zoutgehalte van het water, vooral wanneer je bij de Oostzee komt. Anna en Sven constateren -”Dankzij het lagere zoutgehalte in de Oostzee, krijgen we ook met andere soorten vis te maken. Vooral de aanwezigheid van snoeken en baarzen laat zich merken.


 

 

 
© swedenfishing.com 2019